Strohalmen

  Ingezonden

Afgelopen week viel me opnieuw een elke zomer terugkerend fenomeen op. Soms frons ik m’n wenkbrauwen in opperste verbazing. Meestal denk ik dat het aan mezelf ligt en dat ik met dit verschijnsel de afwijkende factor ben. Toch knaagt het en klopt er ergens iets niet.

Ik heb het over het zeer luchtig gekleed gaan van veel mensen, terwijl het buiten eerder herfst dan zomer is. Vorige week zag ik ’s morgens vroeg aardig wat mensen in korte broek en dunne shirtjes, waar de temperaturen nauwelijks de dubbele cijfers haalden. Zelfs tijdens regenbuien zag ik mensen in compleet zomertenue fietsen, daar waar ik keurig een lange broek en jas aan had. “Vier de zomer”, ook al is het herfst. Tegen beter weten in zet men door. De r is uit de maand en dus is het zomer en dus lopen wij in korte broek. Sommige bikkels lopen zelfs midden in de winter in korte broek, maar zij horen duidelijk tot een onbereikbare buitencategorie. Het zou mij nooit lukken als koukleum. Ik zou maandenlang ziek zijn.

Dapper vind ik het wel dat men stoïcijns blijft volhouden en trots maar weer elke bewolkte en koude dag in zomertenue verschijnt. Persoonlijk vind ik deze zomer tot nu toe als zodanig waardeloos en wanneer Vivaldi z’n vier jaargetijden voor ons land in deze tijd moest componeren had hij alleen aan lente en herfst genoeg en zou er snel mee klaar zijn. Deze twee periodes omvatten bij ons het ganse jaar.

Om toch een beetje mee te doen, ben ik afgelopen maandagochtend ook in korte broek aan de start verschenen en na uren kwam ik zwaar gedesillusioneerd thuis. Geen enkel zonnestraaltje gezien. Regendroppels en een koude wind waren m’n kompanen. Grijze luchten en alles donkergroen om me heen. Nog minder uitzichten dan anders, vanwege de vliegensvlug groeiende mais. Over een paar jaar is de mais waarschijnlijk tien meter hoog, waardoor er nog meer koeien op deze postzegel gevoerd kunnen worden.

Ai, ai, wat een pijn en negativiteit. Om net als die onverbeterlijke optimisten in korte broeken tegen beter weten in een strohalm te pakken, keek ik eens goed om me heen en vond mijn strohalm.

Het viel me op dat de bermen minder of helemaal niet meer gemaaid worden en dat levert bloemen op in de meest schitterende kleuren. Toen ik me hierop fixeerde, kon ik volop genieten van al dat moois. Het is marginaal en dat was erg mooi te zien in een piepklein hoekje van een maisland met metershoge stengels. In dat kleine hoekje zag ik zonnebloemen en allerlei wilde bloemen in verschillende kleuren. Welk een heerlijkheid. Ook op m’n verdere route zag ik hele mooie kleurrijke bermen.

Dolgelukkig neem ik me dan ook voor om de rest van deze kwakkelzomer bermtoerist te worden. Niet meer omhoogkijken, of de zon ooit nog tevoorschijn komt, maar genieten van de geweldige bloemenpracht dichtbij. Een kinderhand is snel gevuld, want die kleine strookjes grenzen aan onmetelijke velden die continu met gier worden volgepompt en waar in de buurt dus geen vlinder of insect meer te vinden is, die schitterende bermen ten spijt. We moeten het er mee doen. De strohalm is gegrepen en we proberen hiermee de “voorherfst” door te komen, vooralsnog een illusie van heerlijk zwoele zomeravonden armer.

Anne Jan Teunis

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden




Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding