<p>De twee jonge oehoes. Foto: Geert Cox.&nbsp;&nbsp;</p>

De twee jonge oehoes. Foto: Geert Cox.  

(Foto: )

Weer jonge oehoes op terrein Twence

Opnieuw zijn op het terrein van Twence oehoes geboren. Aan voedsel geen gebrek bij Twence. Daarom is het volgens oehoe-deskundige Gejo Wassink niet zo verrassend dat er elk jaar oehoes opgroeien. “We zien twee jongen dit jaar. Ze eten voornamelijk ratten”, zegt Wassink. 

HENGELO - Bij Twence broeden al zo’n elf jaar oehoes. Bijna elk jaar worden er oehoes geboren. “Dit jaar zijn het er twee op het Twence-terrein. Ze zijn geringd, onder toeziend oog van Landschap Overijssel. De jongen werden gemeten, gewogen en beschreven”, aldus Ilse Jansink, manager communicatie van Twence. Het Twence-terrein is een perfecte plek voor oehoes. Gejo Wassink van de Oehoewerkgroep Nederland weet dat oehoes tuk zijn op ratten. Die zijn er ruimschoots voorhanden. “Dat is op de camerabeelden te zien. Zelf gaan we niet kijken. Het opgroeien van de jonge oehoes kan via beelden bekeken worden. Op het Twence-terrein is de oehoe een rattenbestrijder”, weet Wassink. Een oehoe eet volgens hem dagelijks een prooi ter grootte van een rat. Het landschap bij Twence bestaat uit hellingen en hoogteverschillen. Inmiddels zijn in de afgelopen jaren 34 jonge oehoes uitgevlogen. “Dit jaar is er dus weer een nest. In januari zijn de eieren gelegd en in maart zijn ze uitgekomen”, aldus Jansink. Naar verwachting vliegen ze in september of oktober uit. Dan zoeken ze een leefgebied. Oehoes dulden geen concurrenten in hun territorium. Wassink acht het niet onwaarschijnlijk dat in Twente of de Achterhoek zich een nieuw paartje gaat vestigen in de toekomst. “We weten dat er nesten zijn bij Twence en de steengroeve bij Winterswijk. Het gebied daartussen is groot genoeg voor nog een paartje. Het Zwillbrock en het Haaksbergerveen zijn ook goede leefgebieden. Daar kan genoeg voedsel gevonden worden.” Het nest van de oehoe bij Twence zit verscholen in een bos, dichtbij de stortlocatie. De exacte locatie blijft geheim. “Het is ook niet mogelijk op het terrein te komen. In Winterswijk kunnen ze wel van een afstand bekeken worden, maar bij Twence niet”, weet Wassink.

De oehoe behoort tot de grootste uilensoort ter wereld en is ongeveer tweemaal zo groot als de ransuil. Mede door zijn opvallende verschijning was de oehoe altijd een makkelijke prooi voor jagers. De oehoe is door de eeuwen heen sterk vervolgd en daardoor op veel plaatsen verdwenen. Dankzij beschermende maatregelen en herintroductie is een kentering ingetreden. Sinds 1997 broedt deze uil zelfs weer in Nederland. Het is een beschermde vogelsoort. Jaarlijks komen er slechts acht paartjes bij.

Oehoe veel groter dan andere uilen

Op terrein twence eet oehoe veel ratten

Stefan Wegdam

Meer berichten