Mevrouw Bennink voor haar huis.
Mevrouw Bennink voor haar huis. (Foto: Janske ter Horst)

'Bang? Er komt hier niks naar boven, hoor'

Mevrouw Bennink is de nuchterheid zelve. Maar dat moet ook wel. Ze woont namelijk op 76-jarige leeftijd in haar eentje op de Oude Algemene Begraafplaats in Hengelo.

(door Janske ter Horst)

Hengelo - Met haar fietstassen gevuld met boodschappen rijdt mevrouw Bennink de stoep op bij de Bornsestraat. Haar neus is rood van de kou, een grijs mutsje beschermt haar hoofd. Ze reageert blij verrast op het verzoek van een spontaan interview. Daar maakt ze wel even tijd voor. “Kom maar mee!” Met de fiets aan de hand loopt ze voorop, door het herkenbare poortgebouw naar haar huisje. Het is een jaren 30 woning met authentieke details, gevestigd direct naast de poort. Tijdens het uitpakken van de boodschappen zet ze een fles witte wijn op het aanrecht. Elke avond een glaasje, licht ze toe.

De Oude Algemene Begraafplaats bestaat al minstens 500 jaar. Op de grafstenen staan de namen van meerdere bekende Hengeloërs. Onder andere directeur Engelbert Stork, kunstenares Bertha Jordaan-Van Heek en architect Jacob van de Goot zijn hier begraven. Sinds de jaren 50 komen hier geen nieuwe graven meer bij. De begraafplaats, inclusief het huisje van mevrouw Bennink, is een monumentaal pand. Johanna Frederika ter Horst richtte in 1912 de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud op om de verloedering van het kerkhof tegen te gaan. Inmiddels bestaat de vereniging nog steeds. De leden houden de boel netjes en vergaderen in het gebouw links van de poort. Mevrouw Bennink zorgt er dan voor dat de koffie en thee klaar staat.

Wonen met plezier
“Mijn man en ik kwamen hier in 2004 wonen. Vroeger werkte ik bij de medische dienst van Stork, en onderweg naar mijn werk fietste ik hier altijd langs. De heg rondom het kerkhof was toen nog niet zo hoog en ik keek altijd naar de graftrommels met kunstbloemen erin. Wanneer het stormde stonden die scheef en dat vond ik een grappig gezicht. Op een dag las ik in de krant dat dit huisje vrij kwam. Mijn man las het artikel en ging meteen bellen. We hebben hier met veel plezier samen gewoond, totdat hij twee jaar geleden overleed."

De poort kraakt een beetje, dus meestal hoort Bennink het wel als er iemand het terrein op loopt. Er komt van alles voorbij. Mensen die hun Van der Poel-ijsje wandelend komen opeten, middelbare scholieren die een geschiedenislesje krijgen, en fotografen die in het voorjaar kiekjes van de bloemen maken. Bennink vindt het wel gezellig, al die mensen in de achtertuin. "Iedereen is natuurlijk welkom om te kijken. Maar wanneer er een groepje jongeren het terrein opkomt ga ik er soms wel even naartoe. Dan maak ik een praatje om te kijken wat ze aan het doen zijn. Een tijdje geleden waren er wat jongens die de dekstenen van de graven probeerden op te tillen. De grond was weggespoeld door de regen, en ze dachten dat ze zo de kist konden zien. Toen dacht ik: nou, laat ze maar even proberen. Dan zien ze dat het niet kan en dan is het weer klaar."

Nooit bang
Bennink: "Maar bang ben ik nooit. Nooit geweest ook. Er komt hier niks naar boven hoor," grapt ze. "En eenzaam ben ik ook niet. Ik heb helemaal geen zin om eenzaam te zijn. Ik heb, nadat mijn man is overleden, twee leuke vriendinnen ontmoet. Af en toe komen we bij elkaar om bij te kletsen. Bovendien ben ik lid van een organisatie die uitstapjes organiseert voor ouderen. En ik fiets heel graag. Nee, ik vermaak me hier prima. Ik ga nog lang niet weg."

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden