'Schilderen is voor mij een rustpunt'


<p>Jan Paskamp schildert meestal landschappen: &quot;Dat doet mijn oom ook, van hem heb ik heel veel geleerd.&quot; Zowel de werken van Jan als van zijn oom zijn ook te zien bij de expositie.&nbsp;</p>

Jan Paskamp schildert meestal landschappen: "Dat doet mijn oom ook, van hem heb ik heel veel geleerd." Zowel de werken van Jan als van zijn oom zijn ook te zien bij de expositie. 

(Foto: Robert Hoetink )

'Schilderen is voor mij een rustpunt'

De kunstwerken van vier generaties Paskamp zijn vanaf 1 december tot en met 1 januari 2021 te zien in de Hengelose bibliotheek. Het zijn werken van mensen die allemaal geboren en getogen zijn in Hengelo. “Je ziet echt de veranderingen door de generaties heen”, vertelt Jan Paskamp. “Bezoekers zien het werk van oude Twentse schilders, daar passen mijn opa Herman Paskamp (1881-1945) en mijn vader Jan Herman Paskamp (1920 – 1966) heel goed bij. De schilderijen van mijn oom en mijzelf zijn meer impressionistisch. Mijn zoon, Herman Paskamp (1986), doet dit weer heel anders. Hij richt zich op de relatie tussen kunst en architectuur.”

(door Jolien van Gaalen)

HENGELO – “Tijdens mijn jeugd konden mijn zus en ik ons uitleven in behangboeken met pen, potlood en verf. We zijn grootgebracht met kunst. In het gezin waarin mijn vader opgegroeide, met een broer en twee zussen, werd het met de paplepel ingegoten. Toen ik 11 jaar was overleed mijn vader, dus daar heb ik niet heel veel gedachten bij. Wel weet ik dat iedereen in het gezin ook heel creatief was, in hun vrije uurtjes gingen ze de natuur in en tekenen.” Dat geeft Jan later ook door aan zijn drie zoons. “Er werd vaak geknutseld, geschilderd en getekend. Verder hebben we de jongens daarin vrijgelaten. Herman heeft het opgepakt en is naar de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam gegaan om Beeldende Kunst te studeren. Hij is werkzaam geweest voor verschillende instellingen en bedrijven binnen het hoger onderwijs en de creatieve industrie. Als beeldend kunstenaar heeft hij meegewerkt aan meerdere opdrachten en publicaties en is hij betrokken geweest bij diverse tentoonstellingen en initiatieven. Binnen zijn projecten onderzoekt hij de relatie tussen kunst en architectuur.”

Op De Woensdagmorgen

“Zelf heb ik er bewust voor gekozen om niet in de creatieve branche te gaan werken. Als mijn vader nog had geleefd had ik dat misschien wel gedaan, bijvoorbeeld op het gebied van decoratie of binnenhuisarchitectuur. Met het tekenen ben ik begonnen in mijn jeugd en het is altijd mijn hobby gebleven.” Omstreeks zijn tiende had hij samen met zijn zus Ine les van Riemko Holtrop. Van zijn 13e tot aan zijn 15e kreeg hij lessen portrettekenen van Jo Niks. “Toen ik 16 of 17 jaar was kreeg ik een ander soort vrijheid en heb daar niet zo veel meer aan gedaan. In 1980, op mijn 25ste, kreeg ik les van Willemien Bakkenes op de school voor Scheppende Handen om te leren aquarelleren.” Tussen 1982 en 1991 had hij verschillende docenten zoals Fra Paalman, Wim van den Berg, Wim Bijkerk en Cor Sierhuis. Daarna zat hij bij een schildersgroep waarvan de leden elkaar al vanaf 1980 kenden. Begin 2000 neemt hij weer les, nu bij Ben Zweerink. Hij ontmoet weer enkele enthousiaste schilders en sluit zich bij de groep ODW (Op De Woensdagmorgen) aan. “Dit schildergroepje bestaat uit tien personen, normaal gesproken schilderen we elke woensdagochtend samen. Nu doen we dat gewoon allemaal thuis.”

Rust en ontspanning

“In 2005 heb ik het schilderen met acrylverf opgepakt, dat combineer ik nu met aquarellen. Laatstgenoemde doe ik als op pad ga naar het bos om te schilderen. In de wintermaanden stort ik me op acryl. Het mooie aan schilderen en tekenen is dat je een bepaald rustpunt krijgt. Als je heel druk bent met werk kun je daar je rust in terugvinden. En het is ontspanning. Soms wordt een werk helemaal niks, maar dat maakt niet uit. Want het zorgt voor rust en je geniet van de mooie omgeving.”

Het belangrijkste onderwerp in zijn schilderijen zijn landschappen. “Dat was bij mijn opa en vader net zo. Ook mijn oom schildert veel landschappen, van hem heb ik heel veel geleerd. Vaak gingen we samen op pad om buiten te schilderen. Hij is een soort tweede vader voor mij geweest, we trokken veel samen op. Mijn opa en vader schilderden vaak regionale landschappen, zoals Twickel. De landschappen van mijn oom en mij variëren. Ik ben een Terschelling-gek, dus daar heb ik vrij veel landschappen van. Maar Twente ontbreekt natuurlijk niet.”

Voorbereidingen

Bij de expositie die op 1 december begint zijn tussen twaalf en vijftien kunstwerken te bewonderen. Met de voorbereidingen gaat het goed. “Het biografische boekje is klaar, daarin staat wat de vier generaties Paskamp hebben gedaan. De werken van mijn opa en vader zijn al compleet. Van mijn oom ga ik nog wat ophalen en mijn zoon brengt ook nog wat. Op 30 november wordt de ruimte ingericht.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden




Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding